In het klooster
Bezinning, roeping en kunst maken
In de tuin gaan alle seizoenen aan je voorbij. In de lente wordt er gezaaid, in de zomer is er overvloed, in de herfst laten de bomen hun blad vallen en in de winter is er rust. De zaaiperiode is net achter de rug en inmiddels staan de meeste van mijn voorgezaaide planten al buiten in de grond. Zaaien is voor mij troostend, dat zelfs wanneer ik droevig ben, zaden ontkiemen en nieuw leven vorm krijgt. Dat wanneer alles buiten afgestorven is, in de lente het groen weer opkomt.
Een paar weken terug ging ik met de bus naar midden-Frankrijk om me daar te begeven onder de broeders en zusters van de Taizé gemeenschap. Een paar dagen van rust en bezinning, een cadeau van mijn moeder voor mijn afstuderen. Ik vond het leuk maar ook spannend, het was lang geleden om zo bezig te zijn met het christendom. Sinds ik uit huis ben, heb ik maar sporadisch een kerk bezocht. Dat terwijl religie eigenlijk een rode draad vormt in mijn leven, van mijn doop als kleine baby in een witte jurk, tot mijn keuze voor de bachelor Religiewetenschappen en later de specialisatie richting de islam. Kiezen voor deze specialisatie gaf me ook een zekere afstand tot religie. Door mijn christelijke opvoeding kon ik me namelijk goed inbeelden hoe het is om onderdeel te zijn van een religieuze gemeenschap, maar behield ik altijd mijn positie als buitenstaander.
Buitenstaander en twijfels
Het ritme van drie keer per dag naar de kerk, herhalende liederen en de stilte verlangt een bepaalde overgave die me maar moeilijk lukte. De christelijke symbolen en de bijbelstudie deden me denken aan mijn jeugd. Zondagochtenden in de kerk, de nep kaarslampen in de kroonluchters, de koude stenen vloer, de houten oncomfortabele stoelen en de pilaren die van marmer leken, maar eigenlijk hout met een schildering van marmer waren. De omgeving die ik zo zorgvuldig bestudeerd heb. De ritmes die komen kijken bij het christendom, de paasviering, advent, maar ook maandvieringen en liederen op de basisschool. Het is me nooit goed gelukt om mijn eigen bezieling hierin te vinden, want zodra ik uit huis ging nam ik afscheid van dit kerkelijke ritme. In een gesprek met een Franciscaanse broeder bracht ik op dat mijn jeugd nogal omhoog kwam en dat het niet lukte om alles vanaf een afstandje alles te aanschouwen. Hij bevroeg mijn redenering, en legde me voor dat het voor mij vast ingewikkeld is om er tussen te zitten, omdat ik misschien wel helemaal geen buitenstaander ben tot het christendom. Ik ben in deze traditie opgegroeid en het verblijf in het klooster is een zoektocht naar mijn verhouding daartoe. Het doet me denken aan een liedje van Sufjan Stevens, die me plots weer te binnen schoot:
Spirit of my silence I can hear you,
But I am afraid to be near you.
And I don’t know, where to begin.1
Misschien ben ik wel bang voor wat de stilte me wil vertellen. Voor de gedachten die omhoogkomen, en dingen die ik dacht verwerkt te hebben. Ik spreek nogmaals met de broeder over mijn eigen kijk op religie en spiritualiteit. Ik leg uit dat de tuin voor mij als een spirituele ervaring voelt, hoe een klein zaadje een grote plant wordt en de bezieling die ik daarin vind. Op zijn aanraden bezoek ik de kloostertuin, die onderhouden wordt door de broeders. Het is voor mij een ingang om me opnieuw open te stellen, zonder oordelen.
In de bijbelstudie legt een andere broeder uit dat stilte geïnterpreteerd kan worden als luisteren, mysterie en contemplatief zoeken. Hoe je daarin in aanraking kan komen met je diepste verlangens. Het doet me denken aan het werk van Augustinus van Hippo, wat ik bij mijn bachelor wel eens heb behandeld. Hij stelt zich voor dat alles wat je omhoog brengt, een verlangen is van God en dat dát is wat je moet doen in het leven.2 Ik vraag me af wat het zou betekenen als ik meer zou leven naar mijn diepste verlangens.


Thuis zinderen de dagen nog na. Met mijn gewaardeerde vriendin Inge3 ga ik naar een lezing over de film Los Domingos, waarin een 17-jarige scholier besluit om na de middelbare school in te treden in het klooster, ondanks kritiek vanuit haar familie. De film wordt gevolgd door een nagesprek met een theoloog, waarin het idee van roeping centraal staat. In het klooster vond ik het inspirerend dat de broeders en zusters een leven leven waar hun hart naar uitgaat, vol toewijding en overgave. Hoewel de film erg mooi was, voelt het christendom en het kloosterleven niet als een roeping voor mij. De theoloog legt uit dat roeping ook bijvoorbeeld een keuze voor het docentschap of kunstenaarschap kan zijn. En dat er stilte nodig is om dichter te komen tot die roeping. Daarvoor dien je namelijk een antwoord te formuleren op de vragen wat bij je past, wat je weg is en wat je belangrijk vindt. Een echte roeping is volgens haar duidelijk maar gaat ook altijd gepaard met worsteling.

Na deze avond denk ik dat mijn roeping niet een religieuze is. Ik hou me al jaren bezig met tekenen en dingen maken. Het is voor mij een manier van betekenis geven aan het leven en de dingen die ik meemaak. Maar de worsteling wordt me ook duidelijker. Als ik met een groter project ben en ik kom niet vooruit vraag ik me af, waarom doe ik dit? Het is niet alsof ik het ervaar als ontspannen, of dat ik er rijk van word. Het voelt eerder als een bepaalde energie die eruit moet. Ik weet dat als ik me een week bezig hou met allerlei andere dingen, werk, afspreken met vrienden, die ook van betekenis zijn, ik me buitengewoon onrustig voel. Onrustig omdat de ideeën die ik heb en de indrukken die ik opdoe, geen uitweg hebben kunnen vinden. Dat ik mijn bezieling vind in dingen maken, en dat dit van mij ook een overgave aan het maakproces en het leven zelf vereist.
Veel liefs,
Inge
Dit was weer een best persoonlijk stuk maar ik ben blij om het te publiceren. Ik heb er best een poosje op gebroed, en hoe corny het ook klinkt is schrijven ook een beetje een worsteling. Het leert me om mijn gedachten te formuleren en een uiting te geven aan mijn ervaringen. Je bent welkom om er verder met mij over te praten! Specifiek over roeping, omdat ik denk dat dit voor iedereen een opgave en worsteling is. Ik vind het altijd leuk en leerzaam om andermans ideeën en interpretaties te horen.
Dit is het nummer Death with Dignity van Sufjan Stevens. Het staat op het album Carrie & Lowell. Het is al jaren een lievelingsalbum van mij, en ik luister het vaak als het kouder wordt.
Ik weet niet meer de exacte strekking en ik denk dat het deze theoloog was, dus verbeter me vooral als ik ernaast zit.
Inge heeft een erg mooie Substack: Plukpers. Leuk om te vermelden is ook, dat Inge en ik elkaar kennen via dit platform.





Mooi geschreven en een fijne toevoeging van dat prachtige Sufjan nummer.
Zo'n mooie brief <3